Home

Welkom op onze website


kleur met tekst.png

Parochie De Emmausgangers is de RK parochie van Alphen aan den Rijn. De parochie is ontstaan uit de fusie tussen de drie parochies: de St. Bonifacius, de H. Geest en de H. Pius X.
Parochie de Emmaüsgangers maakt deel uit van de federatie De Wijngaard.

Op deze website vindt u informatie over de parochie.
Voor informatie over de St. Bonifaciuskerk kunt terecht op de website van de Stichting Vrienden van de Bonifaciuskerk .


Onder "Nieuws - Actueel" vindt u het actuele parochieblad.
Onder Contact kunt u Gebedsintenties opgeven.

Voor informatie over de parochie de HH Engelbewaarders in Hazerswoude Dorp kunt u hier terecht.
En voor de parochie H. Michaël en H. Bernardus de derde parochie van de federatie kunt u hier terecht.

kleur_met_tekst.gifIn het logo is de beeltenis van de twee Emmaüsgangers is zichtbaar met op de achtergrond, voor hen nog onkenbaar, Jezus, die zij na zijn kruisiging tegenkwamen en pas zouden herkennen aan het breken van het brood.
Als Parochie De Emmaüsgangers willen we samen op weg zijn, samenkomen om te vieren, en elkaar en anderen ontmoeten en dienstbaar zijn zoals de knielende houding weergeeft.
De zachte lijnen van de armen staan voor naastenliefde, zorg en oog hebben voor elkaar.Dit komt tevens tot uiting in de gestekte armen. De armen die tegelijkertijd elkaar vasthouden en steunen. Daarachter Jezus die zijn linkerhand oplegt en daarmee troost schenkt.
We willen leren en dit is zichtbaar in de rechterarm van Jezus die omhoog wijst en een onderrichtend gebaar maakt.
Zo komen alle aspecten van de geloofsgemeenschap (catechese, liturgie pastoraat, diaconie en oecumene) tot uiting.
De beeltenis is een en al beweging; zo willen wij als geloofsgemeenschap in beweging blijven

In de paastijd, na de Verrijzenis van Jezus Christus, wordt het verhaal over de Emmausgangers  gelezen 
Het verhaal over de Emmausgangers is opgetekend door de Evangelist Lucas in hoofdstuk 24, vers 13-35
.

Op de eerste dag van de week waren er twee leerlingen van Jezus op weg naar een dorp,
dat Emmaüs heette en zestig stadiën van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen.
Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen.
Hij vroeg hun: “Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?”
Met een bedrukt gezicht bleven ze staan.
Een van hen, die Kleopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: “Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?”
Hij vroeg hun: “Wat dan?”
Ze antwoordden hem:
“Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om ter dood te worden veroordeeld en Hem aan het kruis hebben geslagen.
En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen!
Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn.
Zelfs hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden en kwamen zeggen, dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde.
Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.”
Nu sprak Hij tot hen: “O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?
” Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had.
Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan.
Zij drongen bij Hem aan: “Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.”
Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven.
Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe.
Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.
Toen zeiden ze tot elkaar: “Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?”
Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug.
Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen.
Deze verklaarden: “De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.”
En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.
 
 
Banner